Prins Hendrik “de zeevaarder”

Prins Hendrik was de derde zoon van prins Willem, de latere koning Willem II en Anna Paulowna, groot hertogin van Rusland. Hij werd geboren op 13 juni 1820 in het paleis Soestdijk en had twee oudere broers, Willem en Alexander, een jonger zusje genaamd Sophia en een jonger broertje genaamd Ernst-Casimir, die helaas met vijf maanden al het leven liet. De kinderen werden niet verwend of op handen gedragen; zij moesten leren wennen aan een eenvoudige levenswijze. Gouverneurs brachten dagelijks verslag uit over de vorderingen van de prinsen en het prinsesje en prins Hendrik bleek ijveriger te zijn dan zijn oudere broers. De kinderen moesten in het gareel lopen en er werd voor gezorgd dat zij zich niet misdroegen. De grootste straf die de kinderen konden krijgen was het dragen van een pet zonder rode band. Dat betekende dat de schildwachten dan niet voor hen hoefden te salueren.

De kleine prins Hendrik had al jong belangstelling voor de zee. Er is een brief aan zijn vader bewaard waarin hij met zijn kinderlijk handschrift schrijft dat hij een boek over De Ruyter aan het lezen is. Op zijn tiende verjaardag stelde koning Willem I hem aan als adelborst der eerste klasse. In de jaren die volgden werd prins Hendrik opgeleid door Pieter Arriëns, zijn leermeester. Ook leerde hij op de Eem nabij Soestdijk zelfstandig een bootje varen. Arriëns maakte speciaal voor het onderwijs van de prins een maritiem woordenboek. In de collectie van Het Scheepvaartmuseum is een handgeschreven Nederlands-Frans maritiem woordenboek te vinden uit hand van Arriëns. Hij stelde dit in 1835 samen voor zijn leerling.

Zeemannen worden niet aan wal gemaakt. Daarom drong hij erop aan dat prins Hendrik al vroeg naar zee zou gaan. Hij stelde een programma op van 1832 tot 1838 waar hij reizen zou maken naar de Middellandse Zee, West-Indië en Brazilië. Ook leerde hij het leven aan boord op een oorlogsschip kennen: in 1833 maakte hij een reis naar Galicia aan boord van korvet Zr. Ms. Nehalennia. Hier kweekte hij zeebenen en kon hij wennen aan het gescheiden zijn van zijn familie. En dat was soms best taai. Jaren later gaf de prins toe dat hij een verjaardag op zee tijdens een storm zo ziek was geweest dat hij niets had gemerkt van de feestelijkheden.

Omdat de Oranje-dynastie destijds aan een zijden draadje hing, besloot hij na het overlijden van zijn gemalin te hertrouwen, net als zijn broer, koning Willem III, die sinds 1877 weduwnaar was. Willem III had drie zoons, waarvan de oudste (kroonprins Willem) al tegen de veertig liep en nog steeds niet getrouwd was. De tweede zoon Maurits overleed op 7-jarige leeftijd aan hersenvliesontsteking, terwijl de derde zoon, Alexander, eveneens ongehuwd was en een slechte gezondheid had. Verder was er alleen nog een oom, prins Frederik, zonder mannelijke nakomelingen. Mannelijke nakomelingen krijgen was nog van groot belang.

Op 24 augustus 1878 huwde Hendrik daarom te Potsdam met Maria van Pruisen (1855-1888), dochter van prins Frederik Karel (1828-1885) en Maria Anna van Anhalt-Dessau. Na vijf maanden overleed de bruidegom op 13 januari 1879 aan een hersenbloeding, behoorlijk onverwacht.[2] Ook dit huwelijk bleef kinderloos. Het tweede huwelijk van zijn broer met (koningin) Emma was net gesloten, waar hij getuige zou zijn. Hij moest verstek laten gaan omdat hij de mazelen had, maar er leek geen reden tot ongerustheid. De festiviteiten in Nederland ter gelegenheid van het huwelijk van de koning werden na zijn overlijden uitgesteld.

De dynastie werd gered door de geboorte van de latere koningin Wilhelmina.

Zijn stoffelijk overschot werd op 25 januari 1879 bijgezet in de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk te Delft.

Advertenties