Egbert Meussen Cortenaer

Kortenaer werd in 1604 in Groningen geboren en was van zeer eenvoudige komaf, de zoon van een soldaat. In 1626 werd hij bootsman, in 1636 stuurman. In 1630 huwde hij met een Duinkerkse; zijn vrouw overleed in 1636 kinderloos. In 1637 gevangengenomen door de Duinkerker Kapers werd hij al snel vrijgekocht en vierde zijn thuiskomst zo liederlijk in een kroeg dat hij ervoor gearresteerd werd, een van de weinige keren dat hij in de documenten opduikt. In 1643 werd hij opperstuurman op het vlaggenschip van Maarten Tromp, de Aemilia, en bleef dat tot 1647 toen het schip werd verkocht. In 1651 werd hij opnieuw stuurman onder Tromp, nu op diens nieuwe vlaggenschip, de beroemde Brederode.

In de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog vocht hij in alle slagen waaraan de Brederode deelnam. In de Slag bij de Singels raakte hij een hand en een oog kwijt. Op 10 april 1653 werd hij luitenant-commandeur als vervanger van vlaggenkapitein Abel Roelants. In de Slag bij Ter Heijde sneuvelde Maarten Tromp. Om het moreel hoog te houden liet Kortenaer de admiraalsstandaard echter niet zakken, deed zo alsof Tromp nog leefde en nam het feitelijk bevel over diens eskader over. Hij deed dat zo bekwaam dat hij dat tot het eind van die oorlog zou behouden als vlootvoogd. Op 21 oktober 1653 werd Kortenaer tot kapitein benoemd. Bij de afwezigheid van vlagofficieren trad hij vaak op als commandeur van hele eskaders.

Na zijn heldhaftige optreden tijdens de Noordse Oorlog tegen de Zweden in de Slag in de Sont (8 november 1658), toen hij door als vlaggenkapitein op de Eendragt manhaftig stand te houden het moreel van de Zweedse vloot brak terwijl zijn commandant Jacob van Wassenaer Obdam door jicht was uitgeschakeld, werd Kortenaer op 8 mei 1659 benoemd tot viceadmiraal en door koning Frederik III van Denemarken tot ridder in de Orde van de Witte Olifant. Op 29 januari 1665 kwam tijdens de aanloop naar de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog de benoeming tot luitenant-admiraal in de Admiraliteit van de Maze. De promotie tot bevelhebber bleef echter uit omdat Kortenaer net als Cornelis Tromp te Oranjegezind was.

Tijdens de Slag bij Lowestoft op 13 juni 1665 had Kortenaer het bevel over de voorhoede en was tweede in bevel achter luitenant-admiraal Jacob van Wassenaer Obdam. Hij sneuvelde in die nederlaag op de Groot Hollandia toen een kanonskogel zijn heup trof. Zijn praalgraf in de Grote of Laurenskerk te Rotterdam draagt een lofdicht van Gerard Brandt: